Mandala is een woord uit de oude Sanskritische taal en betekent cirkel. De cirkel staat voor heelheid en genezingskracht. Het maken van een mandala is een oude methode die veel wordt toegepast door Tibetaanse boeddhisten.


Een mandala is verdeeld in vier buitendelen die de buitenwereld vertegenwoordigen en een rond middelpunt dat het ‘ik’ symboliseert en de eenheid van de schepping.
Het weerspiegelt het centrum van het universum, waaruit de hele schepping is voortgekomen. Deze symbolische plaats, ook heilig centrum genoemd versterkt de band tussen mens en hemel. Zowel de maker als de meditatiebeoefenaar wordt opgenomen in de heilige cirkel wat kan helpen tot verdere bewustzijnsverandering. Het kan een heel intens gevoel van harmonie teweegbrengen, een gevoel van ontwaken of thuiskomen. Elke mandala fungeert als sleutel tot onze innerlijk essentie, wat boeddhisten onze ware aard zouden noemen.
Hoewel ze oorspronkelijk afkomstig zijn uit het Hindoeïsme en het Boeddhisme, worden ze steeds meer in het westen gebruikt voor meditatie, concentratie en genezende doeleinden.

De beroemde psychotherapeut Carl Jung introduceerde het tekenen van mandala’s als een therapeutisch hulpmiddel. De zelfgecreëerde mandala’s bevorderde het genezingsproces van zijn patiënten. Toen hij zijn huis in Zwitserland ontwierp, gebruikte hij ook de vorm van een mandala. Wonen in een mandala was voor Jung onderdeel van zijn zelfontdekkingsreis.

De cursus Mandala wordt gegeven in de Reeshof in Tilburg